HealingLinksNieuwsbriefContactWie zijn we?BlogTelepathie en Intuïtieve OntwikkelingSpirituele familieopstellingenwww.hetleven.be

De blog
(om zeker de laatste versie te zien, refresh a.u.b.)

di. 22 juni 2010
Moestuinkriebels (2) en gesprek met een plantenwezen

Ik heb een aantal drukke en mooie maanden achter de rug, er ligt een spannende tijd voor de boeg met veel werk in het vizier, en tussendoor kan ik telkens als het warm is een uurtje of twee heerlijk ontspannen/ontsnappen naar de moestuin en de zaailingen. Het is prachtig om de moestuin met het mooie weer eindelijk goed te zien aanpakken en groeien. Als je’t mij vraagt, is het moes een echte meerwaarde voor de charme van onze tuin.

Het oogsten begon vorige maand met ajuinpijpjes, sla, radijzen, spinazie en kruiden uit de kruiden-potten-tuin (voornamelijk voor thee). Deze week zijn daar ook snijbiet, pak choy, andijvie en kleine aardappeltjes bijgekomen (de arme aardappelplanten zijn van armoede in de zandgrond verlept nog voor ze konden beginnen bloeien!). Binnenkort komt de rest op gang, ik zie het al helemaal zitten… Mmmmm!
Als je op de foto’s hieronder rondmuist, kan je lezen wat er allemaal in mijn moestuintje te vinden is. Sta met je muisaanwijzer op een plantje, dan krijg je te lezen wat het is.

mama's mooie bloemenrozemarijntomaten in potzaailing Brave Hendrik (doorlevend spinazie-alternatief)zaailing Vietnamese muntzaailingen physalis (lampionbesjes)basilicumsnijzonnebloementijmgrove bieslookdropplant (gekocht voor thee maar niet lekker!)physalis (lampionbesjes)oreganolook (voor de mooie bloemen)peterseliecitroenmelissekorianderverschillende soorten munt voor thee

courgettes in een rij naast de rozenaardappelen komkommers (overdekt)allerlei soorten tomaten (overdekt)

Oostendse windmolenbloeiende spinazie en veldsla die dringend plaats moeten ruimen voor iets anderswortels en stengelui afgewisseld in rijtjesandijviesla en rode bietenrestje radijzensnijbiet met jonge nieuw-zeelandse spinazie eronder (links)

butternut-pompoenenframbozen jonge mini-meloenplantjes in grote pot

egyptische uijapanse broccolivenkelaardkastanjes, een van mijn experimentenpak choyechinaceaopgeschoten spinazieprincessebonen

Voor de gelegenheid van deze blog heb ik me vandaag met de laptop bij mijn geliefde moestuin neergezet om een gesprek aan te gaan met wezens die betrokken zijn bij het reilen en zeilen van groenten en planten.

Dag Moestuin, tot wie kan ik mij het beste richten voor een interessant gesprek?
- Ik wil je wel te woord staan.

Wie ben je?
- Ik ben een wezen dat ervoor zorgt dat planten groeien zoals het hoort.

Ben je een groot wezen met veel verantwoordelijkheid of is je werk eerder kleinschalig en plaatselijk?
- Ik ben behoorlijk groot en tegelijk ook kleinschalig omdat mijn verantwoordelijkheid ligt bij kleine planten waar ook de groenten onder vallen, maar mijn domein reikt over een heel stuk van West-Vlaanderen.

Is er hier in West-Vlaanderen dan een ander wezen dat voor de moestuintjes zorgt dan in Oost-Vlaanderen?
- Ja zeker.

Werk je samen met andere wezens?
- Ja natuurlijk; alle natuurwezens werken altijd voor alles samen; dat is een van de eigenschappen van de natuur, dat alles met alles samenhangt. Water, aarde, lucht, warmte, opbouw groei en afbraak, insecten planten en nog veel meer, het heeft allemaal met elkaar te maken. Omdat onze verantwoordelijkheden dat noodzaken werken wij dus met vele wezens samen.

Waaruit bestaan je taken?
- Ik persoonlijk heb een hoge functie van overzicht houden en bijspringen wanneer de wezens die kleinschaliger werken onder mij, mijn hulp nodig hebben.
Soms moet ik grote problemen oplossen wanneer een mens met een machine ergens komt waar de natuur niet gewend is aan verandering, dan komt er ineens een heel nieuwe situatie die ook een andere plantengroei vraagt om te beginnen het evenwicht te proberen herstellen.
Ik spreek niet over landbouw, dat is iets apart, daar zijn wezens bij betrokken die niet houden van waar ze toe verplicht worden; massale eentonige groei van planten die niet veel weerstand hebben en geen mooi leven leiden.
Planten houden van andere planten in de buurt.
Niet alle planten houden van alle andere planten, dat weet je trouwens al wel, maar geen enkele plant houdt ervan om met duizenden van zijn eigen soort omringd te zijn.
Variatie is iets waar de natuur van houdt.

Is er dan een verschil tussen gelukkige planten en ongelukkige planten?
Ja natuurlijk; ik zou dezelfde vraag kunnen stellen over mensen
Gelukkige mensen zijn gelukkiger dan ongelukkige mensen en toch ziet hun lichaam er niet echt verschillend uit.
Planten die gelukkig of ongelukkig zijn zien er misschien ongeveer hetzelfde uit, maar er is een wezenlijk innerlijk verschil.

Kan je iets zeggen over het feit dat mensen planten eten?
- Planten houden ervan om gegeten te worden; ik spreek hier wel over eetbare planten.
Planten die gegroeid zijn en dan gegeten worden ervaren een soort extatische ervaring van voldoening.
Mensen hebben een hoge energie die uitstraalt naar hun omgeving en wanneer een plant aangeraakt en gegeten wordt is dat een zeer prettige ervaring.

Is er iets wat je aan de mensen in het algemeen zou willen vertellen?
- Ja; waar zijn jullie mee bezig
Het schijnt mij toe dat jullie nergens nog verstand van hebben als het op gezond verstand en natuur aankomt.
De meeste mensen toch.
Maar ik ben te negatief; ik zie ook veel mensen die gewoon denken dat ze niet anders kunnen dan eten wat de winkel schaft.
Als je maar zou beseffen dat planten gelukkig kunnen zijn en ongelukkig en dat het jou voldaan maakt om gelukkig voedsel te eten, dan zou je ontdekken dat het wel mogelijk is om de dingen anders aan te pakken en groenten te zoeken die natuurlijk gegroeid zijn en die vrede te bieden hebben in plaats van verdraaide onvrede en verbittering.
Een plant zoekt naar evenwicht en geluk.
Ze kan veel meemaken en desondanks toch zeer gelukkig zijn, maar als er chemische producten mee gemoeid zijn dan is er iets in de subtiele wezens van een plant dat ophoudt met licht te geven en te stralen, en voor de plant wordt het dan erg moeilijk om nog voldaan te kunnen zijn - en niet tevreden zijn met je leven is erg vreemd voor een plant en dus moeilijk om mee om te gaan; gewoonlijk zijn planten altijd tevreden met hun situatie, zolang die natuurlijk is.

Dankjewel voor je uitleg, wezen. Is er iets wat ik voor je kan doen?
- Ik dank vooreerst de mensen die aandacht hebben voor planten en tuin; jullie zullen zien dat die aandacht je vrede geeft, het is de voldoening van de planten die je voelt in je eigen hart.
Planten zijn erg krachtig.

Toen ben ik maar gestopt met vragen; ik had het gevoel dat het wezen nog uren zou kunnen doorgaan met spreken, maar ja, dit zal het zijn voor vandaag :-)

_____________ naar top______________

wo. 3 februari 2010
Moedige beginneling

Een aantal weken geleden kreeg ik een mailtje van Carolien, een meisje van 15. Ze schreef dat ze graag telepathisch zou kunnen praten met dieren, maar dat ze niet in de mogelijkheid was om een cursus of zo te volgen. Ze had een boek geleend in de bibliotheek over communiceren met dieren, maar zelfs de eerste stap lukte niet - kijken naar een dier en dan rustig worden in jezelf en een verbinding voelen met het dier. Ze vroeg of ik haar kon helpen.

Ik raadde Carolien aan om te beginnen met het aanvoelen van bomen, omdat dat veel makkelijker is dan dieren. Intuïtief communiceren met dieren is eigenlijk echt niet zo eenvoudig, zeker niet als je nog nooit zoiets gedaan hebt. De meeste bomen daarentegen vinden het echt leuk om mensen vooruit te helpen door ze kracht of rust of energie te geven of door onze zorgen over te nemen. Ze zijn heel toegankelijk, en wat ook zo interessant is: elke boom is uniek en voelt ook anders aan.
Als de bomen goed lukten, kon ze een paar dingen uitproberen met kamerplanten, zoals hen eenvoudige vraagjes stellen: “Ben je hier gelukkig?”- “Kan ik iets voor je doen?” enz. Het antwoord zou gewoon plots in haar gedachten opkomen en ze zou elk antwoord waarschijnlijk ofwel onzinnig ofwel veel te gewoon vinden. Dat is het moment dat ze zou moeten geloven in zichzelf en dat de antwoorden bijhouden in plaats van weg te wuiven als ‘fantasie’. Al gauw zou ze vooruit komen en allerlei ervaring opdoen door te experimenteren.

Carolien was heel blij met het antwoord, maar ze mailde dat ze zo gauw geen bomen in haar buurt had waar ze dichtbij kon zijn zonder gezien of raar bekeken te worden. Daarna hoorde ik een hele tijd niets meer van haar, tot enkele dagen geleden. Toen schreef ze me het volgende verhaal, dat ik graag met jullie wil delen:

Hoi,

Vandaag ben ik bij 2 bomen geweest.
Ik zal even uitleggen hoe het ging.

Ik kwam thuis van school. Toen werd ik ergens boos van, en ging maar naar de biblotheek om het boek dieren verstaan te verlengen. Nadat ik de bieb uit was, ging ik naar een boom toe.
Ik leunde er tegen aan. Ik kreeg gelijk ‘hoi’ in me gedachte. Ik kan het niet echt uitleggen, het was geen beeld, o en ik hoorde ook geen hoi, maar het kwam gewoon in me op. Dus ik dacht gelijk dat de boom dat tegen me zei. Dus ik probeerde hoi terug te zeggen. Die boom leek mij erg vrolijk.

Toen ging ik naar de boom die een paar meter verder stond. Ik leunde er weer tegen aan. De zijkant waarmee ik tegen de boom leunde, werd een beetje warm. Terwijl er nu sneeuw ligt en koud is. Ik kreeg niks in mijn gedachte. maar deze boom voelde minder blij dan de vorige. Eerder een beetje chagerijnig, misschien had deze boom geen zin om met mij te praten :)

Toen liep ik weer terug naar huis. Ik was niet meer boos. Juist blij dat ik het gedaan had. En dat ik gelijk voelde dat de bomen anders waren. 

Ik ben er nog lang niet, en moet nog heel veel leren maar dit is een begin :)
Groetjes Carolien

_____________ naar top______________

do. 28 januari 2010
Moestuinkriebels

Op een bepaald moment deze week had ik mijn buik vol van alle computerproblemen, ze bleven maar komen, en telkens werden ze moeilijker en lastiger, totdat het me te veel werd. Het was vier uur, het was nog licht en dus ging ik de tuin in tot groot jolijt van de katten die met dit gure weer anders met geen stokken buiten te krijgen zijn. Niets beters dan werken in de tuin met spelende katten rond je om te ontstressen! De moestuin stond er behoorlijk belabberd bij en had dringend een beurt nodig als voorbereiding op de komende lente. Met een goede jas en dikke werkhandschoenen voelde ik na enkele minuten de kou al niet meer.


de moestuin is toe aan een beurt

Twee van de drie moestuinbakken werden helemaal aangepakt. Het plastic zeil en kattennet werden opgeborgen, alle geknakte bamboestokken gingen eruit. De oude knollen en planten mochten weg, het onkruid werd onthoofd en de aarde verlucht. Vorige zomer had ik daarvoor twee handige gereedschapjes gevonden op een tuinbeurs, en deze week bewezen ze voor het eerst hun nut. ’t Is een plezier om met goed materiaal te werken, dat kan ik je verzekeren! De winterpostelein en de onvolgroeide chinese kolen (die te laat gezaaid werden) mochten blijven staan, samen met de witte snijbiet en de selder, om te zien of ze er nog door komen als het jaar wat warmer wordt. Ik werkte ook wat gedroogde koemest en algenkalk in de grond. Ten slotte dekte ik de selder af met bladeren om hem te beschermen tegen de vrieskou. Voilà, dat was al een heel ander zicht! In amper twee uren was meer dan de helft van mijn moestuin klaar om het nieuwe jaar te ontvangen.


de twee bakken zijn al klaar voor de lente

Toen ik heel klein was hadden we heerlijk fruit en noten in de tuin, en misschien ook wat groenten, maar dat weet ik niet meer. Mijn eerste bewuste ervaring met moestuinen begon pas in 2004. Papa spitte een tamelijk groot stuk van het grasperk om (we woonden ondertussen al lang niet meer in hetzelfde huis), legde een pad in het midden en zaaide en plantte allerlei groenten. Ik studeerde nog en ik hielp alleen mee in de moestuin als het weer zacht en warm was – niet zo vaak dus. Maar ik leerde wel de geneugten van het groenten oogsten uit eigen tuin (wel de lusten, niet de lasten!). Er zijn een paar grote voordelen aan het thuis oogsten. De voornaamste plusplunten zijn natuurlijk de kwaliteit van de groenten (je weet wat je eet) en de superversheid (“levende vers” zeggen ze bij ons). Maar een ander fantastisch verschil is dat je alleen hoeft te oogsten wat je nodig hebt. Enkele blaadjes sla, een hoop spinazie, wat ajuinpijpjes en een tomaat, en de moederplanten blijven staan en groeien door. Alles blijft vers en groeit zelfs nog bij. Je bent niet gedwongen vb. de hele krop sla zo snel mogelijk op te eten omdat hij in de koelkast ligt te sterven.

Hetzelfde jaar nog verhuisden we en lieten we de nog bijna volle moestuin noodgedwongen achter. Na een jaar of zo begonnen we opnieuw in het andere huis. Dit keer hielp ik beter mee. De dag waarop we beslisten om eraan te beginnen en een deel van het gazon om te spitten, was de warmste dag van het jaar. De zware kleigrond was keihard, ik moest springen op mijn spade om hem in de grond te krijgen. Maar het zaaien en planten werd zo’n succes (en een erg mooi zicht vanuit de keuken), dat we later nog tweemaal een deel bijspitten om onze oppervlakte te vergroten en langer zon te krijgen op de groenten.

Het begin van de nieuwe moestuin (de katten keuren het werk)

Deel 2 in constructie

Deel 1 en 2 in volle glorie; het jaar nadien kwam er nog een derde deel bij aan de rechterkant van het paadje (te zien in mijn blog 'bladdag' van aug'08)

Ondertussen ontdekte ik Mevrouw Gertrud Franck. Zij is een Duitse vrouw die vele jaren lang in haar eigen gigantische moestuin onderzocht welke planten een goede of slechte invloed op elkaar uitoefenen. Ze schreef een boek “Gesunder Garten durch Mischkultur” (Engelse vertaling: Companion planting) waarin ze haar biologische moestuinmethodes beschrijft. Ze gebruikt ‘mulchen’ (ttz de grond bedekken met allerlei geschikt organisch materiaal) in plaats van spitten (jaarlijks spitten is niet alleen tijdrovend en slecht voor de rug maar ook onnatuurlijk en kwalijk voor het micro-bodemleven) en ontwikkelde een vernuftig maar eenvoudig rijensysteem om wisselbouw te vermijden. Ze geeft ook uitgebreide kweektips voor zowat elke groente. Ik heb het boek indertijd gratis kunnen downloaden vanaf een Australische bibliotheek-website (Soil and Health Library), maar tegenwoordig is het boek blijkbaar uit hun boekenlijst geschrapt.

Het voornaamste wat ik van Gertrud blijf handhaven, zijn haar goede en slechte groentencombinaties. Ik geef ze hieronder even voor jullie. ‘Gunstige combinaties’ wil zeggen dat je gezondere, sterkere planten met minder ziektes en plagen krijgt (en dus meer opbrengst) door deze twee soorten groenten naast of door elkaar te kweken (bijvoorbeeld ajuinen en wortels - ze verdrijven elkaars plagen zoals de wortelvlieg en ajuinvlieg). Als je twee groenten uit de ‘slechte combinatie’-lijst bij elkaar zet, hebben ze alleen maar nadelige invloeden op elkaar. Dit ondervond ik zeer duidelijk toen ik op een keer verkeerdelijk de sla en koolrabi bij elkaar had geplant: ik had uiteindelijk bijna geen sla en ook geen koolrabi!

Gunstige combinaties (alfabetisch):
Aardappel – snijboon / ajuin / prei
Aardbei – prei / ajuin
Ajuin – aardbei / pastinaak / wortel
Bonen (snijboon, staakboon, nierboon, ...) – sla / kolen (broccoli, bloemkool, ...)
Bloemkool – knolselder
Erwt – kool / selder
Knolselder – kool
Kool – bonen / rode biet / erwt / (knol)selder
Koolrabi – bernagie (komkommerkruid)
Pastinaak – ajuin
Prei – aardbei
Radijs – sla
Rode biet – sla / kool
Sla – radijs / bonen / rode biet
Selder – kool / erwt
Snijboon – aardappel
Wortel – ajuin / dille
Tomaat – koolrabi / kool / goudsbloem / mosterdzaad

Slechte combinaties:
Aardappel >< ajuin
Ajuin >< bonen / kolen / aardappel
Bonen >< ajuin
Koolrabi >< sla
Kool >< ajuin
Kropsla >< peterselie
Peterselie >< kropsla
Rode kool >< tomaat
Rode biet >< tomaat / als gewas net na een oogst spinazie
Sla >< koolrabi
Tomaat >< rode kool / rode biet

Tegen de tijd dat onze prachtige moestuin volledig ontwikkeld was, waren we april 2009 en verhuisden we opnieuw om in de buurt van Laura’s nieuwe school te kunnen wonen. De oude moestuin moest opnieuw helemaal omgewerkt worden, ditmaal om gras te zaaien...
Ondertussen was ik al helemaal gewonnen voor het moes-kweken. Ik stond erop dat er ook in de tuin van het nieuwe huis een moestuin zou komen en begon ondertussen al dadelijk met het voorzaaien in kleine potjes.
Omdat we konijnekeutels vonden in het gras, bedachten we een systeem met bakken om de groenten te beschermen. Uiteindelijk zijn er nooit meer echt konijnen langsgekomen door de aanwezigheid van onze katten.

-
links: de voorgezaaide potjes groeien goed - rechts: de eerste moestuinbak wordt gevuld in mei; onderaan komen dode bladeren en gehaksel om de grond luchtig en warm te maken; erop komt aarde vermengd met compost

De eerste bak werd gezet (met mankracht), maar omdat hij zo hoog was, kostte het zo veel moeite en grond om hem te vullen, dat we de twee andere bakken later veel lager maakten.

Ik nam alsmaar meer initiatief, totdat papa er bijna niet meer aan te pas kwam. De moestuin werd mijn grote trots en voornaamste hobby (trouwens uitstekend als compensatie voor het vele computerwerk!). Al bij al werd het nog een heel goed groentejaar hoewel mei eigenlijk te laat is om met een moestuin te beginnen (iets later en de tomaten zouden nooit rijp geraakt zijn). Er waren momenten in de zomer dat we bijna geen groenten meer hoefden te kopen. Ik had verschillende soorten sla, radijzen, boontjes, courgette, wortels (gewone, witte en Parijse), zomerpostelein, selder, snijbiet, rode biet, prei, komkommer, venkel, koolrabi, spinazie, tomaat en pompoen en dat op ongeveer 15 m2. De enige echte problemen die ik had was om de bonen, pijpajuintjes en (later op het jaar) veldsla te laten kiemen. Door het lange nutteloze wachten op kiemen die niet kwamen verloor ik kostbare tijd. Ik werd alsmaar fanatieker, ik weigerde zelfs bloemen te planten in twee grote potten omdat die niets zouden opbrengen. In de plaats bedacht ik het geniale idee om er klimbonen in te zetten. Ik palmde ook gedeeltelijk het rozenperk in. Het resultaat was prachtig, en erg lekker ook!


links: klimbonen op terras - rechts: bonenpot, rozen, twee fleurende moesbakken, derde bak onderweg

Dit jaar ben ik zo mogelijk nog fanatieker dan vorig jaar :-) Gedurende de herfst en winter heb ik een volledig schema uitgewerkt met de groenten die ik dit jaar wil oogsten. Ik heb een bezoek gebracht en een bestelling gedaan bij mijn favoriete kwekerij, een biologisch zaadbedrijfje op de grens van België en Nederland: De Nieuwe Tuin. Ze zoeken naar de soorten groenten die best groeien in onze contreien en gebruiken alleen natuurlijke middelen. Ze hebben een prachtige website waar je ook online je bestelling kan plaatsen. In geen tijd heb je de zaadjes bij je thuis, betalen kan achteraf. Een aanrader: www.denieuwetuin.be

Van al mijn groenten heb ik bestudeerd wanneer ze gezaaid moeten/mogen worden, en dan heb ik een nieuwe overzichtelijke lijst gemaakt met alles per maand geschikt. Ten slotte heb ik deze lijst gecombineerd met de biologisch-dynamische maankalender van Maria Thun, die je gratis op internet terugvindt: http://www.koninklijkevolkstuinenkluisbergen.centerall.com/contact.php Deze maankalender zegt welke dagen gunstig zijn voor het zaaien of planten van verschillende soorten groenten. Er zijn 4 categorieën, afhankelijk van welk deel van de groente best moet ontwikkelen: bladgroenten (sla, spinazie, postelein,...), vruchten (tomaat, bonen, courgette,...), wortelgroenten (radijs, rode biet, ajuin,...) en bloemen (bernagie, goudsbloemen,...)

Het resultaat is een maandkalender met daarop welke groenten ik op welke dagen moet zaaien om meest profijt te halen uit de natuur. Zo georganiseerd was ik nog nooit. Meestal doe ik alles maar zo-zo, kijk ik op de maankalender wanneer ik zin heb om in de tuin te gaan, en dan moet ik nog iets zaaien, maar ben ik net te laat voor de maan, en dan denk ik ‘ach, het zal zo ook wel lukken!’ Niet dit jaar, deze keer ben ik voorbereid...


voorbeeld van mijn zelfgemaakte moestuinkalender
(kleurcode voor zaaien en planten, voor bladdagen, vruchtdagen, worteldagen en bloemdagen)

En ik ben niet eens zo veel te vroeg klaar, want eind februari begint het warme voorzaaien al in de veranda. Staan op het programma in februari: aubergine, radijs, sla, komkommer (vroege soort), paprika, erwten. Buiten kan er ook al wat gebeuren: spinazie, Parijse worteltjes (een kleine ronde soort wortel, zeer schattig), en ook sjalot en ajuin (planten, niet zaaien). In maart heb ik (warm voorzaaien): venkel, koolrabi, pastinaak, paprika (tweede lichting), sla, tomaat, lampionbesjes, ijsbergsla, komkommer en courgette (eerste lichting). Buiten zaaien: radijzen, wortels, spinazie, brave hendrik, erwten en eind maart: aardappelen. In april en mei wordt de lijst steeds uitvoeriger, vanaf juni wordt het minder en begint het eerste oogsten al.

Ik vind een moestuin echt belangrijk. Ook als je geen tuin hebt, probeer het dan met vensterbakken met wat sla en radijzen bijvoorbeeld. Om een radijs te zien kiemen en groeien (één radijs per plantje, en niet in busseltjes met een rekkertje rond!) en zachte verse zomersla te plukken is een echte vreugde. Ook de grote heiligen (zoals Amma www.amma.nl) vinden het belangrijk om zelf groenten te kweken, zodat je minder afhankelijk wordt van de maatschappij en dichter bij de natuur en jezelf komt te staan. Als je wel een tuin hebt, offer dan misschien een zonnig plekje op aan een moestuin. Veel moeite is het niet. Eenmaal de beslissing genomen en de moestuin in voege, heb je er meer plezier aan dan werk, vooral als je het tamelijk klein houdt. Begin klein. Als je de smaak te pakken krijgt, kan je altijd nog uitbreiden :-) En voor de kinderen is zoiets ook erg belangrijk en heel erg leuk. Jong geleerd, oud gedaan?


Neefje in actie!

.

_____________ naar top______________

vr. 23 oktober 2009
Spelen met vrijheid

Er zijn altijd van die momenten in het leven waar sommige... kwalijke gewoonten opduiken, of zoals ik het noem, ‘verslavingen’. Het kunnen kleine dingen zijn, maar toch zijn ze er en ze zijn een gebrek aan bewustzijn. Onder de noemer ‘verslaving’ breng ik al die gewoonten en dingen die we doen zonder ze in vraag te stellen en die niet bijdragen aan ons welzijn en geluk. We ‘laten ze gebeuren’. Zoals wanneer je je dag na dag na het werk en het huishouden in de zetel laat ploffen voor de televisie en de beelden op je af laat komen. Na een tijd besef je misschien ineens ‘he, ik ben hier naar iets aan het kijken wat ik eigenlijk niet eens mooi of leuk vind, en eigenlijk ontspant het mij niet’. Op dat moment heb je bewustzijn. En op dat moment heb je de keuze om er iets aan te veranderen, of om het bij het oude te laten.

Ik was vroeger verslaafd aan chips. Elke dag at ik, meestal ’s avonds, een grote zak, en ik kon daar enorm van genieten. Ik keek er vaak zelfs naar uit. Maar na een aantal jaren vond ik dat toch niet meer normaal en kon ik er ook niet zo meer van genieten als vroeger. Ik besefte ook dat het in feite maar dom was en af en toe stopte ik een paar weken of een paar maand totaal met chips eten. Daarna was het altijd wat beter. Maar nog steeds, tot op heden, hebben chips voor mij een speciale status die het niet voor alle mensen heeft. Chips, dat is genieten, en iets van die verslaving is in mij gebleven. Als ik me afvraag wat mijn avond zou kunnen opvrolijken, dan is het antwoord automatisch ‘chips’. ’t Is onnozel eigenlijk, maar dat vind ik niet. Of om precies te zijn, tot gisteren vond ik dat niet.

Deze week kocht ik inderhaast enkele kleine zakjes chips en een hele grote met heerlijke geribbelde paprika chips. Mmmm... dat zou me smaken. Toen ik eindelijk tijd had om alle aankopen thuis uit te zetten op zijn plaats, merkte ik dat de zak minder vol met lucht zat dan gewoonlijk, maar ik dacht, ‘ ze zullen nog wel okay zijn’. En toen ik er ’s avonds aan begon, samen met een goed boek, was ik niet teleurgesteld toen ze te hard waren en ik er mijn tanden bij wijze van spreken bijna op brak. De smaak was er nog, en het moest goed zijn want anders had ik geen chips. Dus ik knabbelde mijn gebruikelijke portie (een derde van de zak) gewoon op. Een dag of twee later (gisteren) deed ik het opnieuw. Ik probeerde de abnormale hardheid van de chips gewoon te negeren, en ik teerde op de heerlijke herinnering in mezelf.

Het is op dat moment dat ik besefte dat het eigenlijk gewoon belachelijk was wat ik aan het doen was. Chips hebben trouwens sowieso geen enkele echte voedingswaarde, en ik stopte die dingen in mijn mond zonder enige consideratie over eventuele gevolgen daarvan voor mijn lichaam. Wij mensen voeden ons niet met calorieën en vetten en suikers en koolhydraten. We voeden ons met levensenergie. Een blad sla en een wortel recht uit de tuin bijvoorbeeld, dat is goed voor je, en dat kan je voelen. Die groenten LEVEN nog, en dat leven vloeit over in ons en maakt ons leven voller. Elke dag opgewarmd fabrieksvoedsel houdt je lichaam wel in leven voor een paar jaar, maar het maakt je leven niet vol en niet mooi.

Ik schoot dus wakker in mezelf en het kaartenhuisje van onbewuste redenen waarom ik chips eet, viel in elkaar. Een verslaving is er maar zolang we denken redenen te hebben om iets te blijven doen. Iets is zogezegd leuk, lekker, gemakkelijk, ontspannend... dus we doen het en we blijven het doen, zonder er bij na te denken. We stappen in de auto, de hand gaat naar de aan-knop van de radio. We komen op ons werk, we nemen een tas koffie. Iemand vraagt iets aan ons, we zeggen ja. We zitten voor de tv, we knabbelen op iets. We nemen een sigaret, we roken hem op. En voor we het weten is het op, weg en voorbij en we weten soms zelfs niet meer dat we het deden. We zijn niet meer bewust en we kiezen niet meer om iets wel of niet te doen. We laten onszelf beperken in onze vrijheid.

Een mens is vrij, maar die vrijheid moet je nemen en beschermen. Je moet eigenlijk kunnen spelen in het leven, dat zegt Meester Morya* ook. Spelen in het leven, dat is de regels omgooien, af en toe veranderen, nieuwe dingen uitproberen. Dat ga ik ook doen. Ik heb vanochtend de overblijvende slechte chips in de vuilnisbak gekieperd en me voorgenomen een heel jaar lang, tot en met 22 oktober 2010, geen chips meer te eten. Gewoon, om eens uit te proberen hoe dat is.

(* Ken je Meester Morya niet? Neem een kijkje op www.morya.org )

Dit lijkt misschien verschrikkelijk dapper van mij, of misschien schijn ik overmoedig met zo’n beslissing, maar in feite is afscheid nemen van mijn chips geen heldhaftige beslissing. Ik weet dat ik het kan want ik heb het nog gedaan in het verleden en het viel me nooit erg zwaar. Eenmaal de beslissing in mijn hoofd was gemaakt, hoefde ik er niet opnieuw over na te denken en at ik ze gewoon niet meer. Maar niet alles is zo gemakkelijk om op te geven en los te laten. Gewoontes zitten soms diep in ons gebakken, en het is niet altijd alleen maar een kwestie van ‘je hand niet meer naar de sigaret laten gaan en de sigaret niet meer naar je mond laten komen’ (als je dat niet meer doet, wordt het onmogelijk om nog te roken!). Je moet iets moois in de plaats laten komen van het oude. Een beloning voor jezelf als het ware. Iets wat in de plaats komt van dat ene waarvan je beseft dat het niet goed voor je is. Iets wat wél leuk en goed is en wat je leven voller maakt. Kookles volgen bijvoorbeeld, of knutselmomenten inlassen, of mooie wandelingen in het bos, (moes)tuinieren, leuke uitstapjes, Spaanse les (zoals ik nu volg), of iets helemaal anders, iets wat jouw hart een beetje ‘vervulder’ kan maken en wat je het gemis doet vergeten. Het is een nieuwe keuze die je maakt, een keuze voorbíj verveling en een keuze voor schoonheid, een keuze voor vernieuwing, een keuze voor vreugde, voor vrijheid, voor menselijkheid.

_____________ naar top______________

vr. 9 oktober 2009
Kleine oefening

Zorg er even voor dat het rustig is rond je, of dat je toch minstens even de rust in jezelf kan vinden terwijl je dit leest. Laat de haast en de tijd achter je, laat alles los en kom bij jezelf.

Denk even terug aan de momenten in je leven waar je alleen was, of waar je het gevoel had er alleen voor te staan. Momenten van stress, van grote druk, momenten van pijn of van verdriet, momenten van angst of onbegrip, momenten van wanhoop. Of misschien voel je je altijd alleen, als een soort achtergrondgevoel dat er is zelfs als je bij mensen bent. Je kiest een van die herinneringen en blijft er even bij staan.

Bekijk dat moment goed. Zie jezelf zitten in dat gevoel.

En kijk dan eens naar de werkelijkheid achter dat moment. In werkelijkheid was je niet alleen. God was bij je. God was er en God wist het, Hij begreep het, Hij was getuige van dat moment. God is altijd in je hart, Hij deelt elke gedachte en elk gevoel met je en tegelijk overstijgt Hij die. Als je naar je verleden kijkt met het besef dat God bij je was op elk moment, ook (en misschien vooral) op die moeilijke momenten, dan heb je een nieuw verleden en dan lijkt de wereld anders dan hij was.

En dan denk je even aan het moment nu, het moment waarop je dit aan het lezen bent en waarop je misschien weer alleen bent. En je denkt even aan de werkelijkheid achter dit moment: je bent niet alleen. God is bij je, Hij weet, en Hij is aanwezig. Als je hier bij stilstaat, kom je ineens in een acuut besef van hier en nu. Nu en hier. Ik en God. Altijd.

Leren beseffen dat God altijd bij je is, is een belangrijke stap op het spirituele pad. Het is het begin van vertrouwen, het begin van ware ontspanning, het begin van vreugde, het begin van heel veel dingen. Vooral voor kleine kinderen is dit besef immens belangrijk, zodat het voor hen een natuurlijk aanvoelen kan worden naarmate ze opgroeien. Maar ook voor jou is het niet te laat: je kan het leren, als je er elke dag even aan terugdenkt, en dan steeds vaker en steeds vanzelfsprekender, in steeds meer situaties: je bent niet alleen. God is bij je. God weet.

_____________ naar top______________

vr. 28 augustus 2009
Labyrinten

In de de kathedraal van Chartrescursussen “Telepathie en Intuïtieve Ontwikkeling” die ik sinds een paar jaar geef, deel ik gewoonlijk in de vierde les een blad uit met daarop in zwart-wit de afbeelding van een labyrint. Het is het mooie en oude labyrint dat verwerkt ligt in de vloer van de kathedraal van Chartres, een stadje niet ver onder Parijs.

labyrint van ChartresDe bedoeling is dat de cursisten met hun vinger het witte pad volgen van de rand naar het midden. Een labyrint is geen doolhof, want je kan er niet verloren in lopen. Er is maar 1 weg om te volgen, en als je niet verstrooid bent bereik je altijd vanzelf het centrum.

Een labyrint is een goede manier om jezelf te leren kennen. Terwijl je met je vinger over het papier gaat, komen gedachten in je op die heel kenmerkend zijn voor jezelf en die tekenend zijn voor hoe je omgaat met jezelf, met je leven, hoe je bent. Soms zijn mensen bang de weg te zullen verliezen, hoewel er maar 1 weg is. Soms denken mensen ‘ik heb een fout gemaakt’, hoewel ze nog steeds op de goede weg zijn. Soms vinden de mensen dat de weg te veel draait en keert, dat het te lang duurt en te moeilijk is, of integendeel, dat het fantastisch is en niet lang genoeg kan duren. Zo heeft ieder zijn eigen ervaring. Als je goed oplet wat je voelt en denkt tijdens de geconcentreerde oefening, leer je een stukje van jezelf kennen.

Een ander gevolg van de labyrint-oefening is dat je tot rust komt. Het is een symbool van de weg naar jezelf. Als je de ingang neemt en de weg vervolgt, laat je langzaam aan de wereld achter je, bij elke bocht een stukje meer, tot je uiteindelijk de rust in jezelf bereikt, het nu en hier. Daardoor is het een goede oefening als je wil gaan mediteren maar last hebt van te veel gedachten.

Op dat blaadje volgde ik dus telkens met mijn vinger het papieren labyrint, maar in het echt had ik dit labyrint nog nooit gelopen, geen enkel labyrint zelfs (als je de keren als peuter op de arm van mijn moeder niet meetelt). Daar wou ik dit jaar op mijn verjaardag verandering in brengen. Samen met mijn vriendin Sophie planden we een uitstap naar Chartres met een omwegje naar Parijs om de Notre-Dame te bezoeken en de kapel van Rue du Bac.

Enkele dagen voor ons vertrek kwamen we te weten dat er nog andere labyrinten zijn in Noord-Frankrijk: in Sint-Omer en Amiens. Tijdens onze reis ontdekten we er ook een in St. Quentin. Deze drie werden in onze planning ingeschoven, en zo werd het een heus labyrintenweekend.

Eerst gingen we naar St-Omer, een stadje dicht bij de grens met België. Er zijn verschillende kerken en kapellen, en we wisten niet waar we precies moesten zijn. We vroegen enkele locale mensen waar het labyrint was. Ze waren verbaasd, hadden nog nooit van zoiets gehoord. “Ik woon hier al mijn hele leven” zei een man in het Frans, “en ik weet zeker dat hier geen labyrint is!” Hij voegde er aan toe dat de basiliek wel heel mooi was en zeker een bezoekje waard. Daar gingen we dus heen. Van het plafond hebben we niet veel gezien, onze ogen schuimden de vloer af op zoek naar de bekende tegelvormen. En ja hoor, uiteindelijk vonden we er het labyrint dat we zochten, achter het altaar, met een klein muurtje omgeven. labyrint in St-Omer

Op twee biddende mensen na, was de kerk verlaten. We deden onze schoenen af en betraden met een korte tussenpose elk het kleine, ingewikkelde labyrint. Een labyrint loop je op blote voeten uit respect voor de heilige plaats waar het ligt. Schoenen draag je om je voeten te beschermen tegen de grond (zodat je niet vuil of gewond raakt). Als je schoenen draagt op een labyrint, is het alsof je je wil beschermen tegen het goede wat je er zou kunnen ontvangen.

Het labyrint van St-Omer verplicht je om traag te gaan, doordat het pad zo smal is en wel erg vaak draait en keert. Voor mezelf had ik nogal last van het gevoel betrapt te zullen worden, en kon ik me niet helemaal ontspannen – ook in het alledaagse leven heb ik last van dat gevoel wanneer ik iets doe wat misschien niet mag. Toch had ik uiteindelijk een tamelijk rustig en mooi gevoel in het centrum.

Daarna gingen we naar Amiens. De kathedraal van Amiens is heerlijk. Het labyrint ligt helemaal vrij, je kan erop gaan met een gerust hart. Sophie ging het als eerste doorlopen, ik wachtte nog wat, en terwijl ze zo heel eenvoudig en geconcentreerd op de zwarte tegels aan het lopen was, zag ik een kleine jongen met zijn zusje en moeder, en ik zag dat de jongen echt heel veel zin had om het ook eens te proberen, maar hij durfde niet, hoewel zijn moeder hem aanmoedigde. Hij bleef maar kijken en omkijken met verlangende ogen, maar nog steeds durfde hij niet. Toen was Sophie klaar en was het mijn beurt. Ik deed mijn schoenen uit en zette mijn stappen langzaam en met nadruk.

ik loop het labyrint van Amiens

Na enkele wendingen zag ik dat de jongen en zijn familie al dichterbij gekomen waren, en ik gebaarde de jongen van “kom maar!” en dit overhaalde hem om de stap te wagen, samen met zijn zusje. Ook zijn moeder ging het labyrint lopen. Dit ontstak meteen een borrelende vreugde in mijn hart – en ook deze vreugde herken ik uit mijn gewone leven, al is die niet altijd zo duidelijk en zo sterk als ze hier was. Voor de rest had ik ook enkele mooie inzichten over flexibiliteit, vertrouwen, spiritualiteit en het leven. In het centrum had ik het gevoel alsof ik in een rechte straal energie stond die me op 1 lijn bracht en me verbond met de hemel en de aarde. Sophie liep het labyrint nog een tweede keer nadat ik klaar was, en toen gingen we naar Parijs.

De kathedraal van Notre-Dame was een teleurstelling voor mij deze keer. Ik heb er herinneringen aan enkele prachtige, sterke innerlijke momenten, toen de ene helft van de kerk alleen toegankelijk was om te gaan bidden, maar dit jaar liepen er honderden toeristen in elk hoekje en gaatje en was alle rust er voor mij verloren.

Dede kapel in rue du bac kapel van Rue du Bac daarentegen was een dag en nacht verschil. Hoewel het er ook druk was, is het er heel rustig en er hangt een sfeer van toewijding en gebed. Er is bijna altijd wel een of andere mis aan de gang, meestal in het Pools of Spaans of een andere taal want het is een druk bezocht pelgrimsoord. In de kapel is Maria verschenen aan Catherina Labouré in 1830. De Lieve Vrouw droeg haar op een medaille te laten slaan met Haar beeltenis op, en Ze zei “de personen die ze met vertrouwen dragen, zullen grote genaden ontvangen, vooral als zij ze om de hals dragen.” En inderdaad, de medailles verrichtten al gauw vele wonderen, tot op vandaag.

De Lieve Vrouw zei ook “Kom naar de voet van dit altaar. Daar zal de genade over u neerstromen.” Toen de mis voorbij was, liepen heel wat mensen naar de trappen van het altaar om te gaan knielen. Sophie en ik gingen natuurlijk ook. Het was die dag mijn verjaardag, en ik was nog maar net geknield ‘aan de voet van het altaar’ of ik voelde hoe de genade van Maria terstond mijn hart overspoelde met zalige golven van kracht en vreugde. Het was een fantastisch gevoel dat ik nog steeds bij me draag, het mooiste verjaardagsgeschenk dat ik me kon wensen.

Na Parijs was Chartres aan de beurt. Het stadje is erg idyllisch en lijkt nog wat middeleeuws en op het eerste gezicht erg charmant. Toch hadden Sophie en ik al gauw een raar gevoel bij alles, de stad was tamelijk verlaten ondanks het toeristische seizoen en het mooie weer, de bediening in het restaurant was zeer vreemd en we konden in de kathedraal ook niet op het labyrint lopen want “dat kan alleen op vrijdag”. Alles gaf ons een heel dubbel gevoel, alsof Chartres zoveel potentieel heeft, maar dat het er op een of andere manier niet uitkomt.

Bij het avondmaal besloten we uitleg te vragen aan een of ander subtiel wezen. Ik haalde mijn toetsenbordje uit, Sophie schreef op wat ik dicteerde.

“Wat is er aan de hand in Chartres?” Vroegen we, maar er kwam geen antwoord, alleen het besef dat we onze vraag aan iemand specifiek moesten stellen.

“De deva van Chartres?” gaf geen antwoord, en evenmin was er een beschermheilige te bespeuren.
Uiteindelijk vroeg ik dan maar “Aan wie moeten we deze vraag stellen?” Toen kwam wel een antwoord:
-
“Aan de man die de kathedraalwerken geleid heeft.”

“Okee, we vragen het aan deze man.”
- “Ik heb de kathedraal ontworpen. Ik heb geprobeerd om uit de aarde de energie naar boven te laten komen en uit de hemel naar beneden. Ik vind dat ik daar goed in geslaagd ben. Ik heb er mezelf in gestoken met hart en ziel en dit bijna letterlijk. Ik ben de kathedraal blijven volgen door de eeuwen heen.”

Dat is wat kathedralen doen, ze gebruiken de natuurlijke krachtplekken van de Aarde en door de structuur van het gebouw wordt het goede effect van een bepaalde plaats nog versterkt. Maar toch scheelde er hier wat in Chartres.
De kathedraalbouwer ging verder: “Nu heb ik geen invloed meer op het runnen van de kathedraal. Ik ben afgesloten net zoals de aardestroom. De energie uit de hemel komt nog steeds onverminderd in de kathedraal binnen, waar ze normaal gezien de aardestroom zou moeten ontmoeten die langs het altaar naar boven komt richting de hemel. Nu blijft de energie uit de hemel verward ronddraaien en versnippert daarna tot er quasi geen goede effecten van overblijven. Dit is het verwarrende gevoel dat je in Chartres ervaart.”

Later, toen ik thuis was, zocht ik dit op en vond ik inderdaad dat het hoofdaltaar van de kathedraal van Chartres in 1773 verplaatst was op aanwijzingen van een of andere kunstenaar.

Maar op dat moment waren we nog steeds in het restaurant, en we vroegen wat meer uitleg over labyrinten aan de kathedraalbouwer: “Is het nuttig om op het labyrint te lopen en wat is de functie van een labyrint?”
- “Het labyrint is om de mens innerlijk voor te bereiden op de ontmoeting van de energie van hemel en aarde. In het hart van de mens kan deze ontmoeting gebeuren. En wanneer dat gebeurt katalyseert dit de mens. Op het middenpunt van het labyrint moet iemand heel weinig moeite doen om in zichzelf te duiken. Wat hij erin steekt [in het lopen van het labyrint] dat krijgt hij in veelvoud terug op dat moment. De locatie waar het labyrint ligt, helpt hierbij. Maar ook de rest van de kathedraal.
In een kerk of kathedraal hangen alle stromingen aan elkaar. En het is een precies samenspel waar niet veel aan mag misgaan anders kan het zelfs een tegengesteld effect hebben. Wat men gedaan heeft in Chartres, namelijk het verplaatsen van het meest essentiële deel van de kerk [het hoofdaltaar in 1773 dus, nota van Marie] heeft ervoor gezorgd dat de kathedraal is blijven steken in de tijd. Dit wil zeggen dat het gebruik van energie er niet aangepast is aan de mens van vandaag. In die zin is het verwarrend om het labyrint de kathedraal van Saint Quentinte lopen omdat je met de energie die je ontvangt niets nieuws kan ontwikkelen.”

Een labyrint is dus ontworpen om je in contact te brengen met jezelf en met hemel en aarde. In Chartres is het niet meer zoals vroeger, maar deze plek is eerder een uitzondering, de meeste kathedralen zijn wel nog een echte hulp bij het zoeken naar nieuwe energieën of oude energieën die vernieuwend zijn. Alle oude kerken en kathedralen staan op heilige plekken die de mens vooruit willen helpen in de vernieuwing en de ontwikkeling. Het lopen van een labyrint maakt je ongemerkt los van het verstand en opent je voor de werkzame energieën.

De volgende ochtend lieten we Chartres achter ons en gingen op weg naar ons laatste labyrint, dat van Saint Quentin. Hier was er bijna niemand aanwezig. We waren helemaal vrij om te lopen waar we wilden en we voelden van alles en nog wat, onder andere in verband met het belang van de sterren op de grond, maar de fut en de tijd was er niet meer om hierop in te gaan – dat is misschien voor een volgende reis!

.

_____________ naar top______________

di. 4 augustus 2009
Loch Ness

Op het einde van ons weekendje, net voor we zouden terugrijden naar het stedelijke zuiden van Schotland om weer naar huis te vertrekken, kwamen we nog langs Loch Ness. Overal waren er winkeltjes met toeristische hebbedingetjes met waterdraken erop en slogans als "we love Nessie" en zo. 'Nessie', dat is hoe het Monster van Loch Ness genoemd wordt. De relatief recente legende van 'het Monster' ontstond in 1933 maar gaat terug tot de 7e eeuw, met een verhaal over een heilige die een groot kwaadaardig beest in de rivier Ness verjaagt door het slaan van een kruisteken. Nessie heeft vandaag de dag veel fans. Wie wil kan op het meer zelfs een boottochtje maken in de hoop een glimp op te vangen van het schuwe wezen. De Schotten zelf vinden het een leuke legende en verlangen niet zozeer een sluitend bewijs voor het bestaan van Nessie...


Het meer van Loch Ness, dat zeer groot en diep is en troebel water heeft door het hoge turfgehalte

We stopten langs het meer met zicht op het kasteel en ik maakte contact met het Grote Waterwezen van het meer Loch Ness, om te vragen wat hij ons eventueel wou vertellen. Het was een grapjas, hij stelde zich meteen voor:

- "Ik ben het monster van Loch Ness." Daarna lachte hij smakelijk en mijn vinger typte "Haha." Sarah en ik lachten mee. Daarna ging hij verder:

- "Ik ben het wezen dat in het Loch woont, maar niet Nessie.
Ik kijk naar de mensen die hier komen met een zekere neerbuigendheid als naar mieren op een hoop.
Ik ben groot en mijn Loch is diep en omvangrijk. Mijn macht strekt zich uit tot overal van waar mijn water komt. Ik heb geen last van de mensen. Ik overzie het hele gebied hier. Vele wezens werken onder mij. Ik begeleid hen en ik zorg voor hen.
Ik heb een goed hart en ik gebruik mijn macht steeds ten goede van al wat leeft. Ik zeg dat ik neerbuigend neerkijk op de mensen, maar ik doe ze geen kwaad en ik wens ze ook geen kwaad toe. Ik vind het alleen een beetje grappig hoe ze hier zo samentroepen in de zomer en gillen als er nevel is of iets dergelijks. Er schuilt in het loch geen Nessie. Ik ken hier elk hoekje en elke kant. Ik weet hoe diep ik ben. Ik ben het Loch. Ik weet van waar elke druppel water komt. Ik hou van het water en ik hou van de bergen. Ik ben groot en oud en ik kom niet makkelijk in opschudding door wereldse dingen."

Zijn er nog mensen hier in de buurt die hier wonen en weten dat er een wezen is, het Loch, en die blij zijn dat het zo mooi en groot is?
- "Ik hou me niet zo veel bezig met de mensen. Ik heb er geen echte invloed van als mensen mij erkennen of niet of mij appreciëren of niet. Ze hebben 101 meningen en het doet mij niets. Ik doe wat ik moet doen en voor mij maakt het niets uit, ik heb andere dingen om handen."

Wil je nog iets zeggen aan de mensen?
- "Ik zeg: doe wat je hart je vertelt. Zorg dat je gelukkig bent, wat je ook doet. Zulke mensen zijn nodig op deze aarde."

_____________ naar top______________

za. 25 juli 2009
Gesprek met een elfje

Glen Affric is een prachtig natuurpark, volgens velen zelfs het mooiste van Schotland. De naam “Affric” betekent niet "Afrikaans" maar is Gaelic voor “heel gevlekt/gespikkeld”. Het domein is goed uitgerust met gevarieerde paden van verschillende lengte. Geregeld wandel je langs een bord met interessante natuurweetjes. Een groot deel van het park bestaat uit bos, een restant van het oerbos dat oorspronkelijk bijna heel Schotland bedekte. De bomen zijn de inheemse ‘Schotse den’ (Caledonian Pine), een heel specifieke soort naaldboom met vaak kronkelige takken en een dikke bast die roodachtig is rond de jonge takken. De bomen kunnen heel groot en oud worden en zijn ronduit majestueus. Het bos is nu maar 1% meer van wat het vroeger was in Schotland, maar de organisatie ‘Trees for Life’ probeert het waar mogelijk in zijn natuurlijke staat te herstellen en te onderhouden.

Sarah en ik hadden het gele pad gekozen dat langs de waterval liep en dan verder het heuvelachtige bos in. Op een bepaald moment ging het pad steil omhoog, tot we opeens bovenaan stonden met een spectaculair zicht op een klein meertje dat later ‘Coire Loch’ bleek te heten. Bij ons op de heuvel stond een werkelijk reusachtige den. We gingen eronder zitten op een dikke afgekraakte tak. De verleiding was groot om een gesprek te beginnen met wezens uit de plaatselijke omgeving.

Zijn er hier elfjes?
- "Ja. Er zijn elfjes bij elke grote boom."

Wat doen jullie dan?
- "Wij zorgen voor de samenwerking tussen boom en omgeving. Bomen zijn erg belangrijk."

Wil je nog iets zeggen?
- "Elfjes zijn ook te vinden bij kleine waterpartijen. Zij zijn dan ook wel nimf genoemd. Soms zijn er ook elfjes bij grote stenen rotsen. Maar ze heten dan anders, maar ze zijn ook elfjes."

Willen de elfjes iets zeggen tegen de mensen?
- "Misschien."

Hm. Heel erg toeschietelijk en spraakzaam waren de elfjes hier blijkbaar niet. Maar we gaven niet op en vroegen: “Is er één elfje misschien dat wil spreken? Wie wil iets zeggen?”

- "Ik wil wel. Ik ben het elfje van het meertje beneden en ik sta nu bij jullie boven. Net voor je. Ik ben klein normaal, maar ik kan me ook groter maken, ongeveer tot mensenmaat. Zoals een kind van 10. Ik kan ook zo klein zijn als een grote libel. Ik ben mooi en ik lijk op een bloem. Mijn kleur is zoals de vleugels van de libel en als de zon schijnt ben ik het gelukkigst omdat de zon mijn meertje mooi maakt."

We keken naar de lege plek voor ons die eigenlijk niet leeg was maar waar een elfje stond. We waren ronduit vertederd door haar aanwezigheid, zo eenvoudig en onomwonden.


Coire Loch, de woonplaats van het elfje, gezien vanaf de top van de heuvel.

We gingen door met het interview: "Wil je iets zeggen aan de mensen?"

- "Ik mag spreken voor ons allemaal. Mensen zijn heel verschillend van elkaar. Wat ze doen doet er niet echt toe, alleen hoe ze doen wat ze doen.
We zien hier veel mensen die wandelen, ik zie ze langskomen hierboven en uitkijken naar het zicht. En op dat moment gebeurt er meestal iets wonderlijks omdat ze het wat ze zien mooi vinden en dan zijn ze ineens wat opener. Dat is leuk om te zien.
Het is eigenlijk een hobby van mij om daar naar te kijken. Soms als ze niet echt kijken, probeer ik ze te kietelen, om te zeggen: “Wacht en blijf even staan, kijk hoe mooi het meertje is.” En meestal lukt het. Alleen als ze echt ongelukkig zijn, dan zijn ze te ver weg voor mij en dan voelen ze mij niet.
Ik hou ervan als mensen verwonderd zijn over schoonheid. In de stilte zijn er veel mogelijkheden om tot jezelf te komen en één van die mogelijkheden is door open te komen voor schoonheid rond je en daardoor kom je meer tot jezelf.
Alle mensen moeten zichzelf vinden. Dat is jullie lot. Wij elfjes wij hebben onszelf altijd bij de hand. We weten wie we zijn en wat we moeten doen om gelukkig te zijn. En dat doen we dan ook. Bij mensen gaat het anders, zij weten niet meer hoe ze gelukkig kunnen zijn, omdat ze niet zichzelf bij de hand genomen hebben."

Toen zei ze plots:
- "Ik ga nu weer naar beneden. Ik moet naar een visje kijken dat klein is en zijn mama niet vindt."

En ze ging… En wij gingen dan ook maar verder op ons pad, met een vreugdevol en vriendschappelijk gevoel in ons hart.

Volgende keer heb ik nog één Schots verhaal voor jullie, een beetje de kers op de taart maar meer verklap ik niet :-)

_____________ naar top______________

za. 11 juli 2009
Het moswezen

Terwijl we op de helling met de boom aan het spreken waren, was mijn zus verwonderd over de kleurigheid en verscheidenheid van de begroeiing onder ons. Allerlei plantjes, vooral vele soorten mos, groeiden door elkaar en maakten de grond "mooi en speciaal en zacht". Toen het gesprek met de boom voorbij was, vroeg ze dus of we konden spreken met het wezen dat verantwoordelijk is voor al het mos. En dat kon:

- "Ik ben het moswezen. Ik leef in het mos, door het mos. Ik ben het mos, zonder dat ik mos ben.
Ik ben een wezen dat zorgt voor diversiteit en gevuldheid. Ik hou er niet van dat plekken leeg blijven. Ik probeer zoveel mogelijk alle plekken te vullen met één of andere soort mos of plant of allebei.
Ik zie alles in functie van mijn mos. Sommige stenen probeer ik te veroveren, jaar na jaar na jaar.
Ik leef op het ritme van het mos. Ik heb veel tijd en ik heb nog meer geduld. Ik heb ook veel vreugde en ik heb veel levenskracht."

Op de vraag 'Is het erg als wij op het mos lopen?' antwoordde het moswezen droogjes:
- "Neen, ik ben het gewend dat anderen gebruik maken van de grond om zich te verplaatsen."

het mos

Na dit gesprekje werd de aanhoudende strakke wind vanaf het stuwmeer ons teveel. We keerden terug naar de auto en reden de weg terug doorheen het dal. Toen we langs de plek kwamen waar we de eerste keer uitgestapt waren, zwaaiden we lachend naar onze nieuwe kaboutervriend 'het oeverwezen'. Eenmaal in het dorp Cannich, draaiden we af richting Glen Affric, een ander schitterend natuurpark in Schotland...

_____________ naar top______________

ma. 29 juni 2009
De boom bij de stuwdam

Na het gesprek met het Waterwezen en het Oeverwezen vervolgden Sarah en ik ons pad langs de enige weg die in het dal van Glen Cannich loopt. Na 15 kilometer kronkelen stopte de weg abrupt aan een grote dam. We stapten uit om naar het uitzicht te kijken en ondanks de koude en de felle wind kropen we de dichtstbijzijnde heuvel op. Daar vonden we een mooie, majestueuze boom waar we graag mee wilden spreken. De basis van de boom was verstopt achter de helling, waardoor hij eigenlijk nog groter was dan hij eerst leek.


De boom aan het einde van de weg in Glen Cannich

Hoe komt het dat je hier zo alleen mooi staat te wezen tussen het kleine mos?
- "Ik sta hier omdat ik hier gegroeid ben, zou je kunnen zeggen. En toch. Waarom is mijn zaad gegroeid en ben ik in het jonge boompje gekomen? En ben ik blijven groeien in de woeste bergvallei waar de wind vaak vrij spel heeft. Ik ben hier gelukkig omdat ik hier thuishoor. En ondanks de moeilijkheden ben ik gezond en sterk en ook zo mooi."

Heb je contact met de andere bomen? (Er stonden twee kleinere bomen van dezelfde soort in de buurt)
- "Ik ben met mijn broers verbonden. We staan hier samen. Maar ik ben de oudste en de grootste en ik zorg een beetje voor hen."

Hier konden we niet echt meer een vraag bedenken, dus vroegen we maar: 'Wil je nog iets zeggen?'
Het antwoord was zowel verrassend als nadrukkelijk en indringend:
- "Ik moet kwijt dat de mensen zo kortzichtig zijn. De dam die ze gebouwd hebben is slecht voor het evenwicht in deze streek. Alle wezens zijn erdoor beïnvloed en dit is niet ten goede. Zo moet ik het zeggen. Maar ja, de mens heeft veel macht en kan veel beslissen en doen voordat hij tot het besef komt van wat hij gedaan heeft. Dit besef zal wel nog lang uitblijven.
Aan zij die het wel beseffen wil ik vragen om af en toe ons te zeggen dat je niet hoort bij hen die het niet weten. En dat je het jammer vindt dat zovelen moeten lijden. Maar zorg dat je niet in medelijden vervalt, want medelijden is een krachtverslinder. Niemand wordt er beter door, integendeel. Ik vraag dat je meevoelt, en toont dat je weet, maar voor de rest blijf je in het vertrouwen dat iedereen zijn weg wel vindt, en dat ooit alles weer goed zal zijn."

De dam bij Loch Mullardoch
De stuwdam bij Loch Mullardoch

_____________ naar top______________

do. 4 juni 2009
De wezens van de stille oever

Nadat het Grote Waterwezen met ons gesproken had en gezegd had dat we 'de oeverwezens' konden aanspreken, deden we dat dus (met dank aan Sarah voor de inventieve vragen).

Willen de oeverwezens wat zeggen?
- "Omdat het waterwezen zei dat wij zouden spreken, zullen wij spreken. Wij zijn de wezens van de stille oever en daar zijn we geboren, op de oever. Op een dag kwamen we er en op een dag gaan we weer. Ik spreek hier over individuen, niet over wij als volk. Wij als volk zijn hier al ongeveer zeer lang en dat zal ook ongeveer zo blijven.
We zullen nu het woord laten aan één van ons, die zijn huis heeft dichtbij waar jullie nu zitten, namelijk recht achter jullie onder de kleine bomen."

Hierop kijken we achter ons en zien enkele kleine bomen staan (zie foto). Net achter de bomen (hier niet zichtbaar) ligt de smalle weg waarover we gekomen waren.

Hallo, heb je een naam?
- "Hallo. Ik heb een naam, maar ze is zo gaelic dat ik hem niet kan overbrengen op deze manier. Het lijkt op Penauchailn. Zoiets.
Ik woon hier dus, onder de kleine bomen met een groepje broers, zoals ik dat noem. Ik zorg voor de goede orde hier zo in de buurt. Meestal zijn er niet zoveel problemen. Alles gaat zijn gewone gangetje. Alleen in de tijd toen ze het asfalt legden was er chaos alom en toen heb ik de hulp van zij die boven mij staan moeten inroepen, want ik was nogal van de kaart en de andere wezentjes ook. Ik kon niet iedereen geruststellen want ik wist zelf niet wat er aan de hand was. De stank was het ergste, die bleef dag en nacht, ook nadat de daverende monsters weg waren. En daarna was het weer stil, en nu zijn we eraan gewend."

Kunnen jullie voelen als het koud is of sneeuwt?
- "Ik leef met de natuur. Ik heb geen kou in de zin dat ik mij zou moeten verwarmen, maar ik ervaar de koude wel, omdat ze een rol speelt in de processen die ik begeleid. Ik vind koude niet onaangenaam en hitte ook niet. Alleen wanneer de dieren last hebben, zie ik het leed en dan voel ik dat ook in mij zo."

En die stank rook je wel?
- "Ik ruik zeer goed."

Kan je smaken?
- "Ik eet, ik smaak dus ook. Maar wat ik eet, is zo subtiel dat jullie niet kunnen weten wat ik eet."

Ben jij een kabouter en hoe zou je jezelf omschrijven?
- "Ik ben moeilijk te omschrijven als kabouter omdat de mensen daar zoveel vooropgestelde gedachten rond hebben. Ik hou niet van dat woord, maar dat is puur een persoonlijke kwestie. Niet allen van mijn volk zijn van deze mening. Ik zal een beeld proberen te geven van hoe ik wel mezelf zou omschrijven.
Vooreerst ben ik zeer luchtig en licht en jeugdig van energie hoewel ik niet jong ben, allerminst. Zo heb ik geen baard. Ik ben geen miniatuurmensje en ik heb geen punthoed. Ik ben eerder een klein mannetje maar wel zo energetisch als je je maar kan voorstellen in een mannetje. Zo ben ik eigenlijk niet echt gebonden aan een vorm. Ik kan wervelen of ik kan spiralen of ik kan zo stil en plat worden als een steen. Ik kan snel bewegen en zo snel mij verplaatsen als zonlicht."

Waar ga je dan naartoe?
- "Ik ga soms te rade bij wezens die mij onder hun hoede hebben. En zij zijn soms ergens anders aan het werk, en dan ga ik daarheen."

Heb jij ook een doel in je leven, dat je iets wil bereiken? Wat denk je van God?
- "Voor mij zie ik God aan het werk in alles, altijd. Ikzelf ben ook het werk van God -
ik doe het werk van God bedoel ik, en ik werd ook bedacht door God natuurlijk. Voor mij is het hoogste van het leven om alles in goede banen te kunnen leiden, dan ben ik gelukkig. Wat ik ondervind aan problemen in mijn werkgebied dat zijn mijn lessen die ik moet proberen oplossen. Dat is wat er op mijn bordje ligt. En daar ben ik dankbaar voor, hoewel ik soms wel moeite heb, maar ik voel me toch gesteund door zij die voor mij zorgen, hoger op de ladder."

Wil je nog iets zeggen aan de mensen?
- "Ik wil graag aansluiten bij de oproep van het grote waterwezen, die ik zeer respecteer. Mensen die met hun ogen open zijn stralen een soort zachte liefde uit die heel mooi is voor ons om te zien. Echt heel mooi. Ik kan het niet anders beschrijven. Het gebeurt niet zo vaak meer tegenwoordig. Mooi en zeer deugddoend om te zien."

Op het einde voegde hij er nog aan toe: "Ik wil jullie graag bedanken dat ik mijn zegje mocht doen."
Het oeverwezen had geen last van de kou, maar wij ondertussen wel, dus we zeiden hoe blij en dankbaar we waren voor dit gesprek, en daarna kleumden we snel onze warme auto weer in.

_____________ naar top______________

woe. 27 mei 2009
Wezens uit Schotland aan het woord

Eind april ging ik met mijn oudste zus Sarah een weekendje naar Schotland, in combinatie met haar werk. We hadden allebei zin in veel natuur en geen toeristen, dus we reden zo ver naar het noorden als mogelijk was voor een tweedaagse. Na drie of vier uur rijden kwamen we bij “Glen Cannich”, een dal dat lang geleden uitgesleten was door een gletsjer en nu natuurreservaat geworden is. Er kronkelt 1 supersmal asfalt-weggetje door het dal, net naast de rivier die rustig midden de heuvels stroomt. Na 20 minuten de weg gevolgd te hebben, stappen we uit en bewonderen we het klaterende water. Het geheel ziet er beslist sprookjesachtig uit. Ik neem mijn geplastificeerd toetsenbordje, mijn zus neemt pen en notitieschrift en samen zoeken we een droge plek om te zitten.

Aan de deva van de Glen: wie woont er hier allemaal en wie zouden we aan het woord laten, en hoe zit het in elkaar?
- "Ik ben moeilijk te beschrijven als Deva, maar eerder ‘het waterwezen’. Ik heb hier de hoogste positie. Dat komt door het ontstaan van deze vallei die door water werd geschapen. Ik heb onder mij vele wezen die vele taken uitvoeren. Er zijn de kleine waterwezens en er zijn de wezens van de stille oevers. [op dit moment beseffen we dat de oevers inderdaad stil zijn in vergelijking met de bruisende rivier] Ook de bomen zijn belangrijk en ook zijn er wezens van de lucht. Elke categorie heeft grote en kleine en piepkleine wezens."

Welke taken moeten die wezens dan uitvoeren?
- "Alle taken der natuur. Dat is opbouw, instandhouding en afbraak."

Wie zouden we aan het woord kunnen laten?
- "Je kan spreken met de oeverwezens."

Is er nog iets wat het grote waterwezen wil vertellen?
- "Ik heb geluk. Ik woon op een plek waar niet veel mensen komen. En heb ik hier zelfs mensen die mij vragen stellen en die horen wat ik antwoord. En die kijken naar de zinnen die ik hen vertel. Ik bedoel, als ik spreek over de stille oevers, dan weten ze wat ik bedoel en dan zien ze wat ik bedoel. Veel van mijn medewezens elders hebben niet zo veel geluk als ik. Ze worden in het nauw gedreven en hebben moeite om de vervuiling aan te kunnen en te ‘managen’ [woord bij benadering] Je weet wat ik bedoel [i.v.m. dat laatste woord].
Ik zou willen vragen aan mensen om af en toe oog te hebben voor de nood van de subtiele wezens. Dit alleen al betekent heel veel voor ons. Meer kan je soms niet doen, maar toch heeft het belang en betekenis. Vaak lopen mensen ergens zonder te kijken naar wat ze zien en bijgevolg zien ze niets, behalve zichzelf en hun gedachten. Ik vraag dat mensen open komen voor wat er is rondom hen. Die openheid zal zorgen dat hun leven en dat van ons lichter wordt doordat we subtiel contact kunnen maken, zonder woorden maar wel reëel."

Dankjewel voor dit gesprek, groot waterwezen.
De 'oeverwezens' hebben we daarna ook aan het woord gelaten, hierover lees je volgende keer.

_____________ naar top______________

vr. 22 mei 2009
De Meidoorn

Vorige week gingen mijn moeder, mijn kleine zus en ik naar het bos om meidoornbloesems te gaan plukken om te drogen en later thee van te kunnen maken. Meidoornthee is heel lekker en staat alom bekend als “goed voor het hart”. We hadden tevoren onder het rijden een plekje ontdekt waar er een hele rij witte meidoornen stond, een heel eind van de weg, opvallend en overvloedig bloeiend. Daar gingen we nu dus heen gewapend met schaar en zakken. Toen we in de buurt kwamen wuifden de bomen ons een sterke zoete geur toe als welkom! Na het plukken gingen we bij de grote meidoorn struiken zitten en vroegen we:
Meidoorn, wil je wat zeggen?

- "Ik sta hier zinderend in de omgeving. Dit is mijn mooiste moment en ik wil dit moment graag doorgeven en ik vind het leuk dat je het zal bewaren en weer ophalen als je de gedroogde bloemen weekt en opdrinkt. Ik leg een stukje van mezelf in elk bloempje en elk blaadje."

Wat maakt je zoals je bent en wie je bent?
- "Ik ben een bloem en een boom die kracht geeft om de lente weer in jezelf te voelen, dat is mijn kracht en daarom ben ik zo speciaal."

Vind je het niet erg dat niet iedereen komt kijken hoe prachtig je hier staat? Wat wil je dat de mensen doen?
- "Ik heb het liefst dat ik gebruikt wordt tot goede doelen. Of men mij ziet of niet maakt mij niet veel uit, dat heb ik niet nodig. Als mensen bewust omgaan met mijn mogelijkheden dan geeft mij dit vreugde."

Men zegt dat je goed bent voor het hart. Is dat zo?
- "Het hart is sterk als het vreugde in zich draagt."

Zou je niet liever hebben dat we al jouw bloemen plukken en drogen en uitdelen aan de mensen?
- "Ik heb ook bloemen die dienen voor de natuur en de insecten, niet alles is bestemd voor mensen, dus je hoeft mij niet kaal te plukken, liefst niet zelfs."

Wie ben je?
- "Ik ben het wezen dat in elke meidoorn woont."

Ben je dan een Engel? Of een elf?
- "Ik ben geen engel, ook geen elf. Ik ben een overkoepelend boomwezen. Om alle meidoornen ligt mijn energie – om en in. Zij zijn mij en ik ben hen. Ik weet alles van hen en zij weten alles wat ze moeten weten."

Wil je nog iets zeggen?
- "Als je wil weten wat ik doe en wie ik ben, dan zeg ik dat en als je nog vragen hebt, dan zal ik ze beantwoorden, maar voor mij is spreken iets onwennigs. Ik kan het als het me gevraagd wordt, maar als niemand me wat vraagt dan zwijg ik en ben ik gewoon vreugdevol in mezelf."

Dankjewel, Meidoorn.

_____________ naar top______________

do. 21 mei 2009
Niet meer vluchten

Hoi hoi hier ben ik weer! Waw, de maanden vliegen… Er is van alles gebeurd sinds november. Allereerst wil ik jullie graag up-to-date brengen i.v.m. het vlucht-verhaal dat ik laatst vertelde: in november had ik dus ontdekt dat ik te veel vluchtte, zowel in dromen als in het echt. Dat idee is bij me blijven nazinderen tot rond maart, en toen voelde ik dat ik er langzaam greep op begon te krijgen.

Midden maart had ik weer een periode van dromen rond het thema vluchten. In een van de dromen kwamen een heleboel mensen om de katten uit mijn buurt op te pakken en in het asiel te steken. In plaats van geïntimideerd te zijn, stapte ik op hen af en vroeg ik een van de politiemannen “Wat is je probleem eigenlijk?” Zo begonnen we een gesprek en uiteindelijk bleek alles niet zo erg te zijn, er was een of ander probleem met een handtekening. Enkele dagen later was er een angstaanjagende heks in mijn droom. Ze schoot naar mij met vorken. In plaats van te vluchten maakte ik contact met de kracht in mezelf en deed ik de vorken omdraaien in de lucht en naar haar terugschieten tot ze zelf wegvluchtte. Toen ik wakker werd was ik waarlijks trots op mezelf, ik had het onder de knie!

Ook in het echte leven heb ik sinds begin maart gelegenheden gehad om op te komen voor mezelf en te zeggen waar het op stond in plaats van rond de pot te draaien uit angst en verlegenheid. Het was wat onwennig in het begin, maar ik vond het verfrissend en versterkend toen ik het eenmaal gedaan had. Ik voel dat dit zeker een belangrijk onderdeel is van het “jezelf zijn” dat zo belangrijk is in spiritualiteit. Opkomen voor jezelf, dat is jezelf waarderen en achten, jezelf tot uitdrukking brengen en dus jezelf leren kennen en worden.

_____________ naar top______________

vr. 28 november 2008
Nachtelijke wijsheid en bijstand

Drie dagen geleden had ik een lange, lange droom waarin in aan het vluchten was. Ik weet niet eens goed van wie of van wat ik wegliep, maar ik wist: er moet gevlucht worden. Nu, dat is niet echt zo bijzonder, ik vlucht wel vaker in dromen, en in het verleden ging dat altijd goed. Als een droom me niet langer beviel, ging ik er gewoon uit. Maar deze keer vluchtte ik en vluchtte ik maar, maar ik geraakte er niet uit. Degene die me achtervolgde wist me altijd te vinden en te volgen, en ik herinner me dat ik zelfs dacht ‘waarom was het weer dat ik moest weglopen van die?’…

De droom maakte een sterke indruk op me en toen ik wakker werd, trok ik meteen conclusies. Ik vlucht blijkbaar te veel, en vluchten is niet langer de beste oplossing, dat was wat mijn droom me vertelde. Ik herinnerde me enkele dromen van de laatste jaren waarin ik niet vluchtte maar staande bleef en de situatie recht in de ogen keek, en zonder uitzondering was het probleem telkens plots geen probleem meer.

Alleen, ik dacht niet van mezelf dat ik zo vaak vluchtte, in het echte leven dan bedoel ik. Gedurende de twee volgende dagen dacht ik erover na, en welaan, langzaam aan kreeg ik meer en meer voorbeelden van dingen of situaties die ik subtiel probeerde te ontvluchten, hoewel er ook andere mogelijkheden zouden zijn om het aan te pakken. Een openbaring! Ik nam dus gisteren een besluit om niet meer zomaar te vluchten, maar om het anders aan te pakken en mijn ‘angsten’ in de ogen te kijken (want waarom vlucht je anders, tenzij je ergens bang voor bent?). Op slag voelde ik me sterker en zelfzekerder. Dat is de kracht van bewustwording!
Wij mensen denken veel te snel dat we kwetsbaar zijn, terwijl we vanbinnen zò sterk en krachtig zijn… We moeten het alleen beseffen zodat we onszelf niet onnodig ondermijnen.

Deze nacht had ik een ontmoeting met een healer in de droomwereld, hij legde zijn hand op mijn voorhoofd en rug, en ik voelde hoe hij me rust in mijn geest en een bepaalde energie schonk. De energie was zo sterk dat ik ervan terugzonk in mijn lichaam en dus wakker werd. Ik denk dat dat een manier kan zijn om de energie vanuit de droomwereld tot in mijn lichaam te krijgen. Ik viel terug in slaap en kwam onmiddellijk in hetzelfde gezelschap terug. Ik kreeg weer een healing en werd op dezelfde manier weer wakker…

_____________ naar top______________

za. 18 oktober 2008
Het effect van gedachten

Ik was vanochtend al vroeg wakker en lag nog wat te soezen. Zoals gewoonlijk kwamen allerlei gedachten bij me op en allerlei verhalen speelden zich af in mijn hoofd. Op een bepaald moment beeldde ik me een erg spannend verhaal in. Toen het verhaal bijna af was, merkte ik plots dat in mijn linkerhand en arm heel wat spieren opgespannen waren, net als in mijn benen, rug en gezicht. Mijn spannende gedachten hadden een duidelijke reactie op mijn lichaam. Ik dacht aan hoe sommige mensen andere mensen zo goed kunnen ‘lezen’ dat ze kunnen zien wanneer iemand liegt, omdat het lichaam dat toont. Een lichaam liegt niet, het drukt uit wat er in je is.

Ik dacht verder aan de waterkristallen van M. Emoto. Die man fotografeert waterkristallen. In het bevroren water kan je informatie krijgen over de moleculaire structuur van water. Afhankelijk van de moleculen krijg je andere kristallen – mooie evenwichtige of lelijke rommelige kristallen. Zuiver en bezoedeld water hebben heel verschillende moleculen en dus ook verschillende kristallen. Maar water dat blootgesteld wordt aan trilling verandert wel! Door muziek bijvoorbeeld, maar ook door gedachten. Als je een gebed uitspreekt over het water in je hand, veranderen de moleculen ervan.


Links: water uit een Japans stuwmeer
Rechts: hetzelfde water nadat er een gebed over uitgesproken werd

Ons lichaam bestaat uit meer dan 70% water… En onze gedachten hebben ook een invloed op de moleculaire structuur van dat water in ons. Gedachten hebben dus echt een invloed op onze wereld, en als we goede, mooie, hoopvolle gedachten koesteren in ons, dan zijn we evenwichtiger, gezonder en gelukkiger. Als we integendeel gedachten en gevoelens van angst of onzekerheid in ons bewaren, vergiftigen we onszelf langzaam.

Telkens als je angst of onzekerheid voelt, als je negatieve gedachten in jezelf ontdekt, en je stopt ze en probeert er mooie gedachten van vertrouwen en ontspanning voor in de plaats te zetten, dan werk je aan jezelf.

Als je bidt voor de mensen rond je, dan bouw je een nieuwe wereld, ook voor jezelf … Want als je bidt om een kracht om iemand anders krachtiger te maken, dan is diezelfde kracht ook in jou actief. De krachten zijn er, we moeten ze alleen uitnodigen en gebruiken!

_____________ naar top______________

woe. 8 oktober 2008
Net gestorven

Onlangs is een van de poezen van een vriendin van mij gestorven. Het gebeurde onverwachts tijdens een onderzoek bij de dierenarts. Mijn vriendin was nogal van de kaart en vroeg me of het mogelijk was nog contact te maken met Louise (de poes), om te vragen hoe het met haar ging nu. Ik wil het gesprek graag met jullie delen.

> Louise, ben je daar?
Ik ben er

> Wil je iets zeggen?
Ik zit ergens waar het heel rustig en warm is ik ben hier goed ze stellen mij gerust en ik kan bijkomen van alles
Ik heb geen zorgen
Af en toe komen ze met mij praten en soms krijg ik een beetje les

> Heb je last van hoe/waar je gestorven bent, Louise? Je baasje vond het erg dat ze niet bij je was toen je stierf.
Ik ben gestorven toen mijn ziel mij riep
Het heeft geen belang waar ik toen was, ik keek alleen naar waar ik heenging en daar was het mooi

> Kom je ooit nog terug bij je baasje?
Ik weet het niet dat zullen ze mij pas vertellen als het zover is en daar ben ik ook blij om, dan hoef ik daar nu niet aan te denken en kan ik een beetje rust vinden.

_____________ naar top______________

woe. 3 september 2008
Een alledaags kikkerverhaal

Er zat opeens een grote dikke kikker in onze kleine vijver. Mijn moeder was helemaal enthousiast. “Zeg maar ‘dag kikker’ tegen hem, en dat hij welkom is!” zei ze tegen mij. “Dat kan jij zelf toch ook zeggen,” sputterde ik, “ik zal dan wel zeggen wat hij antwoordt.”

“Dag kikker” zei mijn moeder dus. “Je bent welkom in deze vijver.”

Ik zette mijn vinger in de aanslag, zoals ik altijd doe als ik telepathisch wil communiceren. Een toetsenbord heb ik niet meer nodig, mijn lege hand volstaat, het toetsenbord en alle letters zitten al lang in mijn hoofd opgeslagen.

“Dag mens” zei de kikker koel. Hij verroerde geen vin. Mijn moeder spetste met haar voet wat water in zijn richting zodat hij zou bewegen. Na twee keer vond hij het welletjes en sprong met een grote sprong het water in. Hij verdween onder het kroos. “Je maakt mij nat”, mopperde de kikker vanuit het water. “Ik wil met je spelen!” lachte mijn moeder. “Ik speel niet met mensen” kwam het antwoord. Hij bleef zitten waar hij zat en het schouwspel was dus voorbij. Wat een droge natte kikker!

_____________ naar top______________

vr. 22 augustus 2008
Samen in een bootje

Enkele weken geleden was ik met Laura en Sophie op stap. We waren op een groot domein om er te fietsen (= Laura fietst dan op haar grote driewieler, wij lopen ernaast mee) en ook om op de bootjes te zitten.

Eerst gingen we op de pedalo (waterfiets), maar Laura had te korte benen om er iets op te kunnen doen, en eigenlijk was de boot nogal traag en log, en helemaal niet zo leuk als verwacht. Na nog een rondje fietsen in het park gingen we dan maar een keer op de roeiboot, met de hoop dat dat leuker zou zijn.

We hebben zowat alle posities uitgeprobeerd, nu eens 1 iemand roeien, dan eens met twee, enz. Laura zag er leuk uit met haar zwemvest! We keken ervan op hoe zelfverzekerd ze zich in de roeiboot durfde te verplaatsen van de ene bank naar de andere.

Uiteindelijk heeft Laura een hele tijd naast mij gezeten, terwijl ze het roeien met de linkerspaan aangeleerd kreeg. ‘Naar voren buigen, spaan in het water, naar achter trekken’, en dan opnieuw herbeginnen. Laura vond het heel leuk, maar liet telkens na 1 beweging de spaan los. Dan moest je haar weer de spaan in de handen duwen en opnieuw verder doen. Toch vond ze het heel erg leuk, en na 20 keer vroeg ze vaak zelf om weer een keer te duwen en te trekken aan de roeispaan (waarna ze natuurlijk direct weer losliet!)

Na een tijdje had ze geen zin meer in werken (zelf roeien), maar ze vond het wel nog fijn om naast mij te blijven zitten terwijl ik roeide, en mijn linkerarm voor haar heen bewoog. Het zonnetje scheen en het was supergezellig met ons drietjes.

Op een bepaald moment legde Laura haar hand op mijn schouder, net op het moment dat de roeiboot binnenkort gedraaid moest worden naar een andere richting. Normaal ben ik er trots op dat ik de twee spanen elk in een verschillende richting kan doen roeien om ter plekke te kunnen draaien, maar nu kon ik opeens niet meer denken. Het was alsof mijn verstand letterlijk stilstond. Ik kon alleen nog dingen doen waar ik niet bij na moest denken, zoals gewoon recht achteruit roeien. Bedenken hoe ik kon draaien leek me gewoon onmogelijk… Ik had direct door dat het aan Laura lag en aan haar hand op mijn schouder. ‘zo moet het dus zijn’, dacht ik, ‘als je mentaal gehandicapt bent…’ Mentaal gehandicapt. Voor het eerst dacht ik na over de betekenis van die woorden, ‘mentaal gehandicapt’. ‘Als het verstand niet goed werkt’ is dat eigenlijk. Dus je kan wel van alles, maar je kan niet goed logisch redeneren, niet goed nadenken. Maar je bent nog altijd dezelfde volledige mens vanbinnen! Dat voelde ik heel goed. Ik kon Laura opeens beter begrijpen, waarom ze sommige dingen heel goed kan, en andere dingen niet zo, en waarom ze sommige dingen ook niet wìl doen. Ze is gewoon niet zo mentaal; en eigenlijk is dat wel verfrissend!

Toen ze haar hand weer van mijn schouder liet glijden, kreeg ik mijn verstand terug, en kon ik de boot op tijd nog draaien, mét mijn logisch beredeneerde super-roeitruc…

_____________ naar top______________

di. 12 augustus 2008
Bladdag

We hebben een nieuwe uitbreiding op de moestuin (een stuk van ons grasperk werd omgespit), en deze werd vandaag voor het eerst bezaaid - met bladgroenten (kropsla, pluksla, chinese kool, spinazie, veldsla, peterselie, warmoes). We kregen voor de gelegenheid de hulp van twee tuinelfjes ;-)

We volgen voor het beplanten van de moestuin twee vrouwen. Voor wanneer wat gezaaid, geplant en gesnoeid moet worden kijken we bij Maria Thun. Zij ontdekte door het dagelijks zaaien van radijzen gedurende drie jaar de invloed van de maan en de sterren op de planten. Er zijn bladdagen (zoals vandaag), vruchtendagen, worteldagen en bloemdagen. En er zijn ook dagen waar je beter uit de tuin wegblijft!
Met betrekking tot wat we waar zetten gaan we bij Gertrud Franck te rade; zij beschreef 'companion planting', de gunstige of ongustige invloeden die planten op elkaar uitoefenen.

_____________ naar top______________

vr. 1 augustus 2008
Resultaten van het TV-experiment

Hier ben ik dan met de resultaten van het TV-experiment (zie "Stilte?"). Ik zou 7 dagen geen druppel TV kijken en zien wat het met me deed...

DAG 1 had ik een waar gevoel van verlossing en weidse mogelijkheden met de vele gewonnen tijd. Het viel me absoluut niet zwaar om de TV links te laten liggen, ik had een ontspannen gevoel en was meer betrokken in het huishouden.
Op DAG 2 werd ik vroeger wakker dan gewoonlijk en had ik overdag meer fut om dingen eens grondig aan te pakken. Ik ging ook meer naar buiten, de tuin in. 's Avonds was ik even alleen thuis, en op dat moment voelde ik de afkickverschijnselen. Telkens als ik in de living was, voelde ik de macht der gewoonte aan me trekken. Het voelde alsof mijn gevoelslichaam om de 3 seconden naar de TV trok, fysiek bijna. Ik was moe, maar telkens als ik ging zitten, bedacht ik iets leuks om te doen, de haard aansteken (het was een frisse dag) of de keuken opruimen of met de katten spelen of zo, zodat ik veel actiever was dan gewoonlijk.
Vanaf DAG 3 tot en met DAG 7 had ik geen probleem meer om van de TV af te blijven. De afkick was al voorbij! Dit was onverwacht snel en vlot gegaan. Een andere leuke vaststelling is dat ik me - tegen de verwachtingen in - geen enkele keer verveeld heb! Er was heel vaak gewoon van alles te doen, werk of bezoek of klusjes, of er was een leuk boek om te lezen, en TV leek me volledig overbodig.

Tijdens de tweede helft van het experiment heb ik ontdekt dat ik vaak rond 19u een dipje heb waar ik even moe wordt. Dat is het moment dat ik vroeger voor de TV neerplofte. De TV leidde me dan af, zodat ik niet merkte dat ik eigenlijk na nauwelijks een kwartiertje al weer wat fitter word en eigenlijk al weer iets anders kan gaan doen. Dus, zonder TV heb ik nog een hele avond waar ik van alles mee kan. Ook ben ik me nu meer bewust van de noden van mijn lichaam - rust of stilte of gezond voedsel of een lekker bad enz. Al bij al ben ik nu beter bij mezelf aanwezig.

Sinds DAG 8 (het einde van de proef) kijk ik gemiddeld nog om de paar dagen een klein half uurtje TV. Als het saai of lelijk is, zet ik het gewoon uit i.p.v. mijn standaard te verlagen om toch maar naar iets te kunnen kijken. Tijdens het autorijden luister ik ook weer veel minder radio (als het niet mooi is, gaat hij onverbiddelijk uit), en heb ik in de plaats opnieuw interessante, vruchtbare gedachten. Een mooi resultaat! Ik kan dit experiment aan iedereen warm aanbevelen...

_____________ naar top______________

woe. 16 juli 2008
Stilte?

Tegenwoordig is het heel moeilijk om nog stilte te vinden. Zowel in de wereld als in onszelf... Er is altijd wel een klok die tikt, een radio of televisie die speelt, een auto die voorbijrijdt, of anders wel een hoop gedachten om ons af te leiden. We zijn op zoek naar afleiding, bewust of onbewust; we willen dingen zien, horen, denken. Zijn we bang van wat er met ons zou gebeuren als er niets meer was om ons af te leiden? Zijn we bang van de stilte? Of misschien wel van onszelf?

Het is nog niet zo lang geleden dat ik het vervelend vond wanneer mijn oudste zus altijd de radio liet spelen in de auto, zelfs terwijl we een gesprek voerden. Ik had nooit de radio aan, zelfs niet bij lange ritten. Ik was de stilte gewend en gebruikte de tijd om mijn gedachten te structureren. Maar ergens tijdens de vele lange ritten die ik onlangs gemaakt heb (elke week op en neer naar Nederland voor de cursussen Telepathie en Intuïtieve Ontwikkeling) ben ik de radio beginnen te gebruiken omdat ik de verkeersinformatie nodig had (ik heb eerst een paar keer in een monsterfile vastgezeten!). Eerst moest ik wennen aan de vaak lelijke muziek en het soms zinloze gepraat, maar al na een paar keer merkte ik dat ik niet meer zonder kon en dat ik het anders al snel te stil en langdradig vond worden. Verbazend hoe snel je die gewoontes oppikt! Ik begreep mijn zus ineens veel beter.

Met televisie vergaat het de meesten van ons net zo. We zijn het gewend geworden en nu is het gemakkelijk. We ploffen neer in de zetel en hoeven niet meer te denken, niet meer creatief te zijn, er zijn geen problemen en geen zorgen meer. We kunnen gewoon het voorgekauwde binnenslikken. We gaan er zo in op dat we vergeten wat we nog eigenlijk van plan waren met onze kostbare tijd voordat we afgeleid werden door de prentjes in de kijkkast. Gisteren bijvoorbeeld. Ik had nog een hele avond voor me... Maar veel is er niet meer gebeurd behalve een saaie, ouderwetse film. Dus heb ik vannacht een besluit genomen. Ik neem mijn vrijheid in eigen handen en ik kijk 7 dagen lang geen druppel TV meer. Ik ben benieuwd hoe ik daarop zal reageren. Waarschijnlijk zal ik me eerst vervelen (dé kwaal van deze moderne tijd), en zal ik daarna de avonden anders gaan bekijken, meer energie krijgen en creatiever omspringen met mijn uren ontspanning. Of misschien vlucht ik wel in het werk in plaats van in de TV? Je hoort het volgende week van me!

_____________ naar top______________

ma. 14 juli 2008
Welkom op de BLOG

Voilà, welkom op het gloednieuwe onderdeel van hetleven.be: de BLOG. 'Blog' is kort voor 'web-logboek'. Het is een informele manier van schrijven op het internet; niet alles is er zo voorgekauwd als een normale, statische website. Op een blog post je als 'blogger' (dat ben ik in dit geval) regelmatig een nieuw stukje, elke week bijvoorbeeld, of meer of minder. Bovenaan links op deze pagina zal je telkens de titels van de verschillende geposte stukjes zien verschijnen. Maar je kan ook gewoon beginnen lezen, want de meest recente stukjes staan altijd bovenaan de bladzijde; dus hoe lager, hoe ouder de teksten. Zo, tot zover de spelregels.

<><><>

Laura rijdt sinds een tijdje weer elke week een half uur paard, in een manège. Ze zit altijd op hetzelfde paard, Borzo. Het is een prachtig paardje, niet te groot, niet te klein, niet te mak, niet te fel. Dat komt misschien ook wel door de jaren, want Borzo is al 30 jaar. Hij en Laura kunnen het supergoed vinden met elkaar. Laura houdt in het algemeen niet van dieren, ze wil er niet naar kijken en ze vooral niet aanraken. Behalve bij paarden. Die wil ze wel aaien, en ze geniet heel erg van het rijden zelf. Ze mag op Borzo's blote rug rijden, heel erg leuk, en daarbij zingt ze haar 'paardenliedje'. En Borzo wordt er helemaal rustig van!
Toen Laura de tweede of derde week van Borzo afklom en het tijd was voor Borzo om terug te gaan naar de stal, weigerde hij. Hij verzette geen voet. Laura was al op weg naar de uitgang van de hall, maar draaide zich om en keerde terug. Ze ging op Borzo's nek liggen (precies haar hoogte) en streelde hem; iets wat ze normaal niet uit zichzelf doet. Toen ze vond dat het genoeg geweest was, ging ze terug weg, en deze keer vond Borzo het wel okay om ook weg te gaan. Is dat niet mooi?

_____________ naar top______________

2003
Over dromen
(klik hier)

_____________ naar top______________

Blijf vanzelf op de hoogte!

Schrijf je hier eenmalig in om een mailtje te ontvangen telkens als een nieuw stuk blog verschijnt:


Blijf vanzelf op de hoogte!

Schrijf je hier in om een mailtje te ontvangen telkens als een nieuw stuk blog verschijnt: